Afasie
Afasie
Je hersenen zijn de centrale computer in je lichaam: je hersenen besturen je gedachten, je gevoelens, en je bewegingen.
Iedere functie (denken, praten, voelen, lopen) heeft een plaats in onze hersenen.
Door een hersen-beschadiging, kan een deel van de computer het niet, of niet goed, meer doen.
Taalcentrum
De taal wordt aangestuurd door een gebied in de linker hersenhelft: het taalcentrum. Het taalcentrum heb je nodig om te zeggen wat je denkt, om te begrijpen wat een ander zegt, en voor lezen en schrijven.
Wanneer het taalcentrum in de hersenen beschadigd is, dan kun je niet goed meer praten, begrijpen, lezen en schrijven.
Door een grote hersen-beschadiging kan het hele taalcentrum uitvallen. Bij een kleinere beschadiging, gaat praten misschien nog wel, maar begrijp je niet wat anderen zeggen. Of andersom.
Of: lezen gaat wel, maar schrijven niet. Iemand die vroeger meerdere talen kon spreken, kan door de hersenbeschadiging een of alle talen verliezen.
Wat wel, wat niet (goed) meer gaat, hangt af van de plaats van de hersenbeschadiging, van de grootte van de beschadiging, en van veel andere factoren.
Denken
Je gebruikt taal om met andere mensen te communiceren. Maar je gebruikt taal ook, om met je zelf te communiceren: om na te denken, te piekeren, plannen te maken. Als het taalcentrum beschadigd is, dan kun je taal ook niet (of niet goed) meer gebruiken om na te denken.
Verschillen
Afasie wil zeggen: het taalcentrum in de hersenen is beschadigd. De beschadiging kan groot zijn of klein. Alle taalfuncties kunnen beschadigd zijn, of alleen maar sommige. Daardoor zijn er grote verschillen tussen mensen met afasie: iedere afasie is anders.
Verworven hersenletsel
In Nederland gebruiken we het woord 'afasie' alleen bij taalstoornis die het gevolg is van een 'verworven' hersenbeschadiging. Dat wil zeggen: een hersenbeschadiging die niet 'aangeboren' is, maar die het gevolg is van een CVA (zie CVA), trauma, of een tumor.
Afasie kan daardoor van de ene dag op de andere ontstaan.
Blijvend of tijdelijk
Afasie kan blijvend zijn, maar ook tijdelijk. Dat hangt af van de plaats en de grootte van de hersenbeschadiging, en van veel andere factoren.
Praten / spreken
Natuurlijk weet iedereen wat praten - of spreken - is. Je doet je mond open, er komt geluid uit, en iemand anders begrijpt wat je zegt.
Wanneer iemand afasie heeft, merk je ineens dat het niet zo simpel ligt. Praten doe je namelijk niet met je mond, maar met je hersenen. En: praten is veel moeilijker dan je denkt. Er kan heel veel mis gaan.
- Denken: in gedachten moet je weten wat je wilt gaan zeggen. Heel vaak praten mensen 'op de automatische piloot', ze denken helemaal niet na bij wat ze zeggen. Maar dat lijkt maar zo: voordat iemand z'n mond opendoet, ligt er in de hersenen een plan. Soms is dat een heel bewust uitgedacht plan. Bijvoorbeeld: ik ga uitleggen hoe je perfect pizza-deeg maakt. Of: ik ga vertellen wat ik vannacht gedroomd heb.
Soms is het geen bewust uitgedacht plan, maar een reactie op iets wat iemand anders zegt. Iemand zegt "Alsjeblieft", en jij zegt "Dank je wel". Iemand zegt: "Hoe gaat het met je", en jij zegt: "Goed, net terug van vakantie!" Het lijkt alsof je mond praat, maar voordat je mond opengaat, is er in de hersenen een plan klaar. - Taal: het plan in je hersenen kan een gevoel zijn, een herinnering, een beeld. Dat plan moet je dan in taal omzetten. Als je meerdere talen kent, moet je kiezen welke taal: Nederlands, Duits, Turks? Dan moet je kiezen welke woorden je gebruikt: formeel, of informeel? Zeg je: "Mijn vrouw", "Mijn partner", "Mijn echtgenote", of "Marjan"? Je kiest de woorden en de zinnen, die passen in een bepaalde situatie. Of: die geschikt zijn voor een bepaalde spreker. Tegen een kind gebruik je andere woorden en zinnen dan tegen de buurman, tegen een goede vriend andere woorden en zinnen dan tegen politie-agent. Die keuzes maak je vaak niet bewust, maar je maakt ze wel.
- Spreken: je beweegt je stembanden, tong, en lippen om de woorden en zinnen te zeggen. Ook die bewegingen worden aangestuurd door de hersenen. Die laatste stap noemt men ook wel: articulatie, om het verschil aan te geven met de voorgaande stappen.
Bij afasie kunnen er problemen zijn bij alle drie die stappen:
- Door de hersenbeschadiging kun je geen goed 'spreekplan' meer maken, je wilt iets zeggen, maar het is direct weer weg. Of: je weet dat je iets wilt zeggen, maar je kunt er net niet bij...
- Je weet wat je wilt zeggen, maar je kunt het woord niet vinden. Of het duurt zo lang om het juiste woord te vinden, dat je alleen nog losse woorden kunt zeggen. Zinnen zijn te moeilijk.
Of: door de hersenbeschadiging worden er verkeerde verbindingen gelegd in je taalcentrum: kortsluiting. Waardoor je woorden zegt, die je helemaal niet bedoelt. - Je weet precies wat je wilt zeggen, maar je stembanden, tong, of lippen zijn helemaal of gedeeltelijk verlamd. Dat noemt men: Dysartrie. Door de hersenbeschadiging kun je alleen dysartrie hebben - dan is er alleen een probleem bij de laatste stap van het spreken. Je kunt dan nog wel goed opschrijven wat je bedoelt. Of: er is sprake van afasie EN dysartrie.
Voor de communicatie en voor de therapie is het belangrijk om te weten wat iemand met afasie wel en niet kan. Daarom zal de logopedist een taal-test afnemen, om na te gaan waar de problemen precies zitten. En: hoe groot die problemen zijn.
Bij een taaltest moet je misschien woorden nazeggen: als dat goed gaat, dan zijn er geen ernstige problemen bij de articulatie. Je kunt je stembanden, tong en lippen goed bewegen.
Je moet misschien zeggen wat je op een plaatje ziet "Auto", "Hond", "Appel". Als dat goed gaat, dan zijn er geen - of geen ernstige - problemen bij het vinden van de juiste woorden in je hersenen.
Je moet misschien zinnen zeggen, bij plaatjes. "De auto rijdt tegen de boom." "Het meisje aait de hond." Als dat goed gaat, dan zijn er geen problemen bij de zinsbouw (syntaxis).
En je moet antwoord geven op vragen van de therapeut, of iets vertellen. Als dat goed gaat, dan zijn er geen problemen bij het maken van een spreek-plan.
Op basis van de uitslag van zo'n taaltest, wordt er een therapie-plan gemaakt. En: een communicatie-advies voor familie, vrienden, en anderen in je omgeving.
Begrijpen
Begrijpen is een woord met veel verschillende betekenissen. Bij gesproken taal is het de laatste stap in een rijtje: ik luister, ik hoor wat je zegt, ik begrijp je woorden, en: ik begrijp wat je bedoelt.
Het kan zijn dat alleen het begrip voor woorden en zinnen is verstoort. Plaatjes en foto's worden wel herkend en begrepen. Het kan zijn dat alleen gesproken taal niet wordt begrepen, maar dat iemand nog wel kan lezen. Of andersom. Of: zowel luisteren (begrijpen) en lezen leveren problemen op.
Drietraps raket
Bij de uitleg van 'Praten', hebben we geschreven dat praten - minstens - een drietraps raket is:
- Denken: in gedachten moet je weten wat je wilt gaan zeggen.
- Taal: het plan in je hersenen kan een gevoel zijn, een herinnering, een beeld. Dat plan moet je dan in taal omzetten.
- Spreken: je beweegt je stembanden, tong, en lippen om de woorden en zinnen te zeggen. Ook die bewegingen worden aangestuurd door de hersenen. Die laatste stap noemt men ook wel: articulatie, om het verschil aan te geven met de voorgaande stappen.
Bij het begrijpen van taal - luisteren, lezen - heb je diezelfde drietraps raket nodig, maar nu in omgekeerde richting:
- Horen/luisteren/lezen: je hoort wat iemand zegt, je ziet de woorden op een bladzijde of computerscherm. Taal: de woorden en zinnen die je hoort of ziet, worden in het taalcentrum in je hersenen herkend als woorden en zinnen die je kent.
- Taal: de woorden en zinnen die je hoort of ziet, worden in het taalcentrum in je hersenen herkend als woorden en zinnen die je kent.
- Begrijpen: de woorden en zinnen worden in je hersenen omgezet in 'begrippen': je ziet, voelt, weet wat de ander je probeert duidelijk te maken.
Bij afasie is het taalcentrum beschadigd. Bij de laaste twee stappen van het begrijpen kunnen er daardoor problemen ontstaan. Wanneer stap 2 verstoord is, lopen de woorden en zinnen die je hoort of leest, vast in het taalcentrum. Ze zijn er niet meer, omdat dat deel van de hersenen beschadigd zijn.Of er is zoveel 'ruis' op de lijn, dat de verkeerde woorden en zinnen geactiveerd worden.
De persoon begrijpt dan niet wat er gezegd wordt, of begrijpt iets verkeerd door de ruis op de lijn.
Het kan ook dat iemand de woorden niet precies begrijpt, misschien ook niet kan nazeggen, maar toch begrijpt wat de ander zegt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij vaste routines (beleefdheden), en wanneer het gaat om gevoelens. De persoon met afasie 'leest tussen de regels door' en begrijpt de betekenis van de beleefdheid of de emoties. Stap 2 wordt overgeslagen, maar stap 3: het begrip is er nog wel.
Vaak worden de begripsproblemen van de persoon met afasie dan onderschat. Het lijkt alsof hij of zij alles nog begrijpt, en alleen problemen heeft met spreken. Bij een taaltest blijven er dan vaak toch ook (soms ernstige) problemen te zijn bij het begrijpen van woorden en zinnen. Het kan ook zijn dat alleen - of vooral - de laatste stap problemen oplevert. Iemand kan nog wel woorden nazeggen of overschrijven. Maar de betekenis is kwijt. 'Tussen de regels' lezen lukt niet, emoties van anderen worden misschien ook niet goed begrepen.
Verschillen
Iemand die meerdere talen kent, heeft misschien vooral problemen met het begrijpen van een van die talen.
De ernst van de stoornis kan wisselend zijn. Op een goede dag, of op een goed moment van de dag, is misschien minder ruis op de lijn en worden woorden, zinnen wel begrepen. Aandacht is belangrijk, energie ook. Iemand die moe is, zal minder begrijpen. Iemand die afgeleid wordt door geluiden of een onrustige omgeving, zal ook minder begrijpen.
Nevenstoornissen
Afasie is een taalstoornis. Een persoon met afasie heeft moeite met taal.
Bij taal denken veel mensen aan praten, en misschien aan lezen en schrijven.
Maar we doen nog meer met taal: denken, onthouden en herinneren, begrijpen, emoties ervaren, en meer.
Hieronder een lijstje met enkele van de mogelijke problemen die kunnen optreden bij afasie.
Let wel: het zijn mogelijke problemen: niet iedere patiënt zal er last van hebben. Bovendien kunnen er verschillen zijn in de ernst van de problemen: bij de ene persoon is er overduidelijk sprake van een probleem, bij een ander alleen af en toe, of alleen in lichte mate.
Tenslotte kunnen dingen veranderen met verloop van tijd, omdat de algehele conditie van de persoon verandert, en/of als gevolg van therapie.
Problemen met:
- Interactie, relaties
- Emoties
- Visuele problemen
- Motorische problemen
- Aandacht & planning
- Concentratie
- Vermoeidheid en gedrag
- Geheugen
- Ziekte-inzicht en zelfbeeld
- Sexualiteit
Fasen
Bij de behandeling na een CVA - en bij de logopedie - worden vaak 3 fasen onderscheiden:
- De acute fase. Dat zijn de eerste 10 dagen na het ontstaan van het hersenletsel. In de acute fase gaat het erom de patient te stabiliseren en complicaties te voorkomen.
- De revalidatie fase, die ongeveer 6 maanden duurt. Tijdens de revalidatie fase wordt gewerkt aan herstel van vaardigheden: weer leren lopen, handelen, communiceren. In algemene zin: 'beter' worden. Wanneer herstel niet mogelijk is (of lijkt), dan leert de patient tijdens de revalidatie-fase omgaan met zijn of haar beperkingen: lopen met een stok, een rolstoel gebruiken, hulpmiddelen voor de communicatie.
- De chronische fase is de periode daarna. Na een beroerte herstelt bijna niemand 100%. In de chronische fase gaat de patient verder met zijn of haar leven, inclusief de blijvende beperkingen.
Medisch - of vanuit het perspectief van de zorgverzekering - kan zo'n indeling misschien zinvol zijn.
Voor personen met afasie - en voor afasietherapie - is de indeling echter niet informatief. Voor iemand met afasie kan de revalidatie fase veel langer duren dan 6 maanden. Ook na een jaar (en volgens sommigen: na 10 jaar) kan iemand vooruitgaan in taal en/of communicatie. En kan gerichte therapie zinvol zijn.
Tijdens de chronische fase kunnen personen met afasie in Nederland terecht bij afasie-centra. De adressen vind je op de website van AfasieNet.
