Spraakapraxie (verbale apraxie)
Spraakapraxie is een stoornis waarbij iemand moeite heeft om spraakklanken op de juiste manier te vormen en te combineren tot woorden. Dit komt niet door zwakte van de spieren in de mond, maar doordat de hersenen moeite hebben om de spieren aan te sturen die nodig zijn om te spreken.
Hoe ontstaat spraakapraxie?
Bij volwassenen ontstaat verbale dyspraxie meestal door schade aan de hersenen, zoals:
- Een beroerte, die invloed heeft op de gebieden in de hersenen die spraak aansturen.
- Een hersenletsel, bijvoorbeeld door een ongeluk.
- Een hersentumor die druk uitoefent op het spraakcentrum.
Hoe merk je spraakapraxie?
- Je weet precies wat je wilt zeggen, maar de woorden komen er moeilijk of verkeerd uit.
- Je hebt moeite met het uitspreken van ingewikkelde woorden of langere zinnen.
- Je maakt vaak pauzes of zegt een klank meerdere keren voordat je het juiste woord kunt vormen.
- Je kunt dezelfde woorden of zinnen telkens op een andere manier uitspreken, omdat het lastig is om steeds dezelfde bewegingen te maken.
- Je praat vaak heel bewust en langzaam, omdat spontaan spreken moeilijk is.
Wat is niet de oorzaak?
Spraakapraxie wordt niet veroorzaakt door:
- Spierzwakte (dat is een andere aandoening, zoals dysartrie).
- Problemen met begrijpen: Je begrijpt wat anderen zeggen, en je weet ook wat je zelf wilt zeggen, maar het uitspreken is het probleem.
Wat kun je eraan doen?
Er is geen snelle oplossing voor spraakapraxie, maar met therapie kun je het spreken verbeteren:
- Logopedie: Een logopedist helpt je met oefeningen om klanken, woorden en zinnen stap voor stap beter uit te spreken.
- Herhalen en oefenen: Door vaak te oefenen leer je je hersenen en spieren beter samenwerken.
- Alternatieve communicatie: Als spreken erg moeilijk blijft, kun je hulpmiddelen gebruiken, zoals gebaren of apps om te communiceren.
Het kan veel tijd en geduld kosten, maar met de juiste begeleiding is er vaak vooruitgang mogelijk.
