08. Bovenkomend
De mensen spreken. In hun druk gepraat
hoor ik wel taal, maar taal die ‘k niet versta.
’t Gepraat is, zonder inhoud, algebra:
wat ik ontcijfer biedt geen resultaat.
De opgaaf is de vraag hoe adekwaat
vertaal ik klanken qualitate qua
in ’t eindprodukt: betekenis. Erna
vul ik met zulke woorden mijn hiaat.
Het lijkt zo alledaags dat ik nog spreek.
Als voor het oog zich een gesprek ontpopt,
hoor ik mijzelf – maar snap ik wat ik zeg?
Al laat de taal mij telkens in de steek –
ik breng haar boven water, als ik dreg
naar ondergronds besef dat is verstopt.
Maart 1987
